Definities van Hoogbegaafdheid

Er zijn veel verschillende theorieën van hoogbegaafdheid in omloop. In principe spreken we van hoogbegaafdheid bij een IQ van >130. Daarnaast zijn er ook andere factoren die een rol spelen. Renzulli stelt dat een hoge intelligentie gepaard moet gaan met de aanwezigheid van een grote motivatie en een hoge mate van creativiteit wil men kunnen spreken van hoogbegaafdheid. Mönks voegde daar omgevingsfactoren aan toe als school, gezin en vrienden. De omgevingsfactoren zijn medebepalend voor het werkelijke niveau waarop hoogbegaafheid ook werkelijk tot uiting komt. In modelvorm ziet dit er als volgt uit:

Het-triadisch-interdependentiemodel-Renzulli-Mönks-e1329333178801

Veel wetenschappers en psychologen zijn het er ondertussen over eens, dat naast cognitieve eigenschappen er ook sprake is van bepaalde overeenkomstige karaktereigenschappen bij hoogbegaafden. Dit maakt dat hoogbegaafheid niet alleen een aspect is van een kind: het is allesbepalend voor hoe een kind denkt, voelt, praat en doet. Prof. Dr. Tessa Kieboom noemt dit een ‘zijnsluik’. Zij stelt dat hoogbegaafde kinderen allemaal individuen zijn met een eigen identiteit en kenmerken, die ook bij ‘gewone’ kinderen kunnen voorkomen, maar dat de aanpak van de omgeving van hoogbegaafde kinderen, echter anders dient te zijn dan bij andere kinderen (Bron: ‘Als je kind (g)een Einstein is’).

Zijnsluik

Gardner stelt in zijn model van meervoudige intelligentie dat er meerdere gebieden zijn waarop intelligentie zich kan openbaren:

• Verbaal-Linguistisch (taal, poezie, spelling, lezen, verhalen)
• Logisch-Matihematisch (Logisch denken, cijfers, experimenteren)
• Visueel-Ruimtelijk (Tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven)
• Muzikaal-Ritmisch (Muziek luisteren, maken, componeren, herkennen)
• Lichamelijk-Kinesthetisch (Lichamelijk inspanning, knutselen, toneel, dans)
• Interpersoonlijk (zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven)
• Intrapersoonlijk (eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieen)
• Naturalistisch (dieren, planten, verzamelen, ordenen, natuurverschijnselen)

Het model van Heller is eigenlijk een samenvoeging van het model van Renzulli & Mönks en het meervoudige intelligentie model van Gardner. Daarnaast onderscheidt hij niet-cognitieve persoonlijkheidskenmerken en omgevingskenmerken die een negatieve of positieve invloed kunnen uitoefenen op aanleg en gedrag.

infopunt_heller